Algemene informatie over meetapparatuur
Lasers
Is een laserstraal gevaarlijk voor menselijke ogen?
Een laserstraal is gevaarlijk voor je ogen, als het je zou lukken om er langer dan 1/4 seconde in te kijken.
Dit lukt in 99,99% van de gevallen niet, omdat een laserstraal meestal roteert.
Staat de laserstraal stil, bv bij een riool laser, dan hebben wij mensen een reflex in ons die ons hoofd afwent binnen die 1/4 seconden.
|
Afstand |
invloed van de aardkromming op de gemeten hoogte |
|
10 m |
0.0 mm |
|
100 m |
0.8 mm |
|
250 m |
4.9 mm |
|
500 m |
19.6 mm |
|
1000 m |
78.3 mm |
En op een afstand van 50 Km zitten we al op een hoogte verschil van 0,195 km. dat is dus 195 meter vanaf het punt waar u staat.
M.a.w. 50 km verder is 195 meter lager dan waar u staat.( als het mogelijk was om een rechte (waterpaslijn) te maken over 50Km)
De fout bij het trigonometrisch meten van een hoogteverschil neemt kwadratisch toe met de afstand. Eén van de oorzaken is de aardkromming
Hieronder volgt de berekeningen.:
We kennen allemaal de stelling van pythagoras
A2 + B2 = C2
Om dat we 2 zijden niet kennen, moeten we die uitrekenen met goniometrie.
Uit het ezelsbruggetje SOSCASTOA kunnen we opmaken
- Sinus is Overstaande zijde gedeeld door Schuine zijde
- Cosinus is de Aanliggende zijde gedeeld door de Schuine zijde
- Tangens is de Overstaande zijde gedeeld door de Aanliggende zijde
Voor de gewone Bouw of interieur-lasergebruiker is het natuurlijk onbegonnen werk de MPE waarden van zijn laseropstelling te bepalen om daaruit conclusies te trekken over het mogelijke gevaar. In de praktijk wordt die beoordeling doorgeschoven naar de producent (eventueel invoerder). Hij moet zijn product indelen in één van de “gevarenklassen” en voor elke klasse zijn er specifieke veiligheidsvoorschriften te volgen.
KLASSE 1 : ONGEVAARLIJKE LASERS
Lasers behoren tot de klasse 1 als er absoluut geen gevaar bestaat voor de gebruiker.
Er moeten dus geen voorzorgsmaatregelen genomen worden.
Ook laseropstellingen die zo zijn opgevat dat de straling van de laser niet naar buiten kan komen (zoals bijvoorbeeld in laserprinters of CD-spelers) behoren tot klasse 1 zelfs al is de laser die in het toestel gebruikt wordt waarschijnlijk een gevaarlijke laser.
Een ander voorbeeld is de supermarktscanner. Daar beweegt de laserstraat zo snel dat er evenmin enig gevaar bestaat.
KLASSE 2 : LAAGVERMOGEN LASERS
Als een sterke lichtbron in de ogen schijnt, knijpt men ze automatisch dicht na ongeveer een kwart seconde. Dit is de zogezegde “blink” reflex. Dit gebeurt natuurlijk alleen maar voor zichtbaar licht (400 nm < λ < 700 nm). Wanneer tijdens deze korte tijd van 0.25 seconde de toegelaten dosis niet overschreden wordt is er geen gevaar voor de ogen.
Lasers die hieraan voldoen vormen de klasse 2 lasers. Het zijn dus lasers die:
- zichtbaar licht uitzenden;
- binnen een tijdsinterval van 0.25 s de toegelaten dosis niet overschrijden.
Praktisch gezien betekent dit dat klasse 2 lasers niet echt gevaarlijk zijn tenzij men zich bewust wil kwetsen.
KLASSE 3 : MIDDENVERMOGENLASERS
Klasse 3 lasers zijn lasers die gevaarlijk zijn als men rechtstreeks in de bundel kijkt
(de blink reflex beschermt niet voldoende meer) maar die nog niet gevaarlijk zijn bij diffuse reflectie en die evenmin gevaarlijk zijn voor de huid. Men moet hierbij ook aandachtig zijn voor spiegelende voorwerpen die, door toeval of onvoorzichtigheid, in de bundel komen. Het uurwerk of een ring van de operator, schroevendraaiers, de glazen deur van een kast e.d.m. Klasse 3 wordt nog onderverdeeld in klasse 3a en 3b.
Klasse 3a
In deze klasse worden de lasers ingedeeld die nog niet rechtstreeks gevaarlijk zijn maar die wel gevaarlijk worden als men met een optisch instrument in de bundel kijkt. In dat geval wordt het licht (mogelijk) nog eens bijkomend gefocuseerd.
Klasse 3b
Hier beschouwt men lasers die ook zonder optisch instrument gevaarlijk zijn.
KLASSE 4 : HOOGVERMOGENLASERS
Lasers die meer licht uitzenden dan de lasers van klasse 3 behoren tot klasse 4.
Deze laser zijn zo sterk dat:
- diffuse reflectie reeds gevaarlijk is voor de ogen;
- de laserbundel gevaarlijk is voor de huid.
Dit zijn de gevaarlijkste lasers en een groot aantal veiligheidsmaatregelen dringen zich op.
Wat is een IP waarde en waar staan die cijfers voor?

Warmtebeelcamera's
Hoe werkt een warmtebeeld camera
Wat is en hoe werkt een warmtebeeld camera
Zien is geloven, maar het menselijk oog heeft inherente beperkingen en kan slechts een smal spectrum van zichtbaar licht waarnemen. Infraroodenergie is een vorm van elektromagnetische straling die door de zon wordt uitgestraald, maar ook door alle objecten en levende wezens op aarde wordt afgegeven. Deze straling is voor mensen alleen waarneembaar met behulp van een thermische beeldcamera (TIC). Infraroodlicht bevindt zich net buiten het zichtbare spectrum, rond een golflengte van ongeveer 750 nanometer (nm), en maakt deel uit van een reeks langere frequenties, samen met terahertz straling, microgolven en radiogolven. Door simpelweg een Mini2 V2 of een MobIR 2S aan te sluiten op je telefoon en de app te laden, wordt je spectrale gevoeligheid verbeterd om een wereld te ontdekken die je nog nooit eerder hebt gezien.
Hoe het werkt
Elke thermografische camera werkt door het meten van de hoeveelheid infraroodenergie die door een object wordt uitgezonden, doorgelaten en gereflecteerd. Door het gebruik van kleine vanadiumoxidesensoren, ook wel microbolometers genoemd, kunnen thermische camera’s — zoals de RevealPRO — draagbaar worden uitgevoerd. Hierdoor is stationaire, cryogene koeling niet nodig om nauwkeurige metingen te verrichten.
De camera meet de oppervlaktetemperatuur van de warmte die door een object wordt uitgestraald en vertaalt deze gegevens naar een visueel beeld op het scherm, een zogenoemd thermogram. Deze techniek maakt het mogelijk om koude- en warmtezones aan het oppervlak te identificeren. In tegenstelling tot wat soms wordt gedacht, biedt thermografie echter geen ‘röntgenzicht’ en is het niet mogelijk om letterlijk door muren of andere objecten heen te kijken.
Zwarte lichamen hebben een referentie-emissiviteit van 1 en dienen als standaard waaraan andere niveaus van infraroodstraling worden gerelateerd. Vervolgens wordt een algoritmische berekening toegepast om de verschillende bronnen van infraroodenergie rond het object te corrigeren en te verwerken. Het resultaat is het thermische beeld dat uiteindelijk op het LCD-scherm van de camera wordt weergegeven.
Camera lens
In tegenstelling tot optische camera’s zijn thermische camera’s niet afhankelijk van glazen focuslenzen, omdat glas infraroodlicht grotendeels blokkeert. Historisch vertrouwden infraroodcamera’s op lenzen gemaakt van gespecialiseerde materialen, zoals germanium- of saffierkristallen. Deze materialen zijn echter fragiel en duur in productie.
Chalcogenide-glas is een nieuwere en voordeligere lensoptie, waardoor thermische camera’s goedkoper op de markt gebracht kunnen worden en toegankelijker zijn voor klanten. Het materiaal is bijzonder geschikt voor lenzen, omdat het een breed spectrum aan elektromagnetische straling doorlaat.
Rechthoekige lichtdetectorpixels op het brandpunt van de lens, de zogenoemde Focal Plane Arrays (FPA’s), helpen om de infrarood energie op te vangen en te concentreren op de microbolometer, zodat deze de thermische beelden kan registreren.
Tonen
Thermische beelden zijn meestal monochromatisch of worden weergegeven met een vals kleurenschema om temperatuurverschillen goed zichtbaar te maken. De camera wijst elke individuele pixel van het 76.800-pixel display een temperatuurwaarde toe. Nadat deze waarden zijn berekend, worden de pixels ingekleurd om het resulterende beeld op het scherm te vormen.
In het thermische kleurenschema worden donkere tinten zoals blauw, paars en groen meestal gebruikt om lagere temperaturen weer te geven, terwijl heldere kleuren zoals geel, oranje en rood warmte aanduiden.
Infraroodapparatuur, zoals de Guide PF210 en de Hikmicro Pocket2, beschikt over diverse unieke filters. Deze filters bieden gebruikers extra flexibiliteit en een breder visualisatiebereik, waardoor temperatuurverschillen eenvoudiger en nauwkeuriger kunnen worden waargenomen.
Verschillen tussen Night Vision Devices (NVD)
Hoewel zowel nachtvisie-scopes als thermische camera’s vaak onder de verzamelterm "NVD’s" (Night Vision Devices) vallen, werken ze op zeer verschillende manieren. Traditionele nachtvisie-scopes maken gebruik van een vacuümbuis, ook wel image intensifier genoemd, die lage niveaus van omgevingslicht versterkt om een zichtbaar beeld te creëren, meestal in verschillende groentinten. Ze worden veel toegepast in militaire en opsporingsomgevingen en zijn waardevol voor bewaking en identificatie van personen. Het verkrijgen van duidelijke beelden is echter sterk afhankelijk van de aanwezigheid van bestaand omgevingslicht; in een volledig donkere kamer biedt een nachtvisie-scope nauwelijks zicht.
Thermische camera’s daarentegen hebben geen licht nodig en kunnen zowel in totale duisternis als door rook, mist of stof heen waarnemen. Terwijl nachtvisie-scopes meer "realistische" en gecontroleerde beelden leveren, blijft hun gebruik buiten militaire toepassingen beperkt. Thermische camera’s winnen juist aan populariteit in uiteenlopende toepassingen, doordat hun kleurrijke contrasten objecten en cijfers op afstand duidelijk zichtbaar maken en de aandacht vestigen op belangrijke details in verschillende omgevingen.

Thermografie
Thermografie is een meet- en inspectietechniek waarbij infraroodstraling zichtbaar wordt gemaakt met behulp van gespecialiseerde apparatuur. Deze contactloze metingen en onderzoeken worden veelvuldig toegepast bij keuringen en inspecties. Met thermografie kunnen afwijkingen en problemen worden opgespoord die met het blote oog niet waarneembaar zijn, zoals defecte cellen in zonnepanelen of slijtage aan lagers in grote elektromotoren binnen fabriekshallen.
Dergelijke inspecties worden steeds vaker verplicht gesteld door verzekeraars. Zo zijn Scope 12-keuringen gericht op het waarborgen van de (brand)veiligheid van zonnepaneleninstallaties en het voorkomen of verkleinen van het risico op brand en andere schade.
Doordat thermografische metingen geen fysiek contact vereisen, bedrijfsprocessen niet hoeven te worden stilgelegd en de kosten relatief laag blijven, neemt de populariteit van deze inspecties toe. Dit draagt er tevens aan bij dat thermografische inspecties steeds vaker verplicht worden gesteld door verzekeraars.
Na afloop van een thermografisch onderzoek stelt de thermograaf een uitgebreide rapportage op, vaak voorzien van warmtebeelden en foto’s. Deze rapportage biedt duidelijk inzicht voor de klant, maar ook voor verzekeraars, installateurs en andere betrokken partijen. In de praktijk komt het voor dat thermografische inspecties van fabriekshallen, op basis van de verkregen meetgegevens, leiden tot een aanpassing van de verzekeringspremie. Preventief ingezet kan thermografie met behulp van een warmtebeeldcamera daarom aanzienlijke kosten en risico’s helpen besparen.
Het object/oppervlak wat gemeten wordt door een thermobeeldcamera (stralingsintensiteit) kan uit 3 delen bestaan:
- Emissiviteit - Uitgezonden straling van het object/oppervlakte
- Reflectie - Straling vanuit de omgeving
- Transmissie - Straling van achter het gemeten object/oppervlakte
Een thermobeeldcamera heeft veel verschillende specificaties. En sommige hiervan kunnen zorgen dat de camera duurder is dan andere. Camera's die door thermograven gaan worden gebruikt voor Scope 12 keuringen moeten aan minimale eisen die aan de norm NVN 62446 norm (NVN-IEC-TS-62446-3) voldoen. De specificaties waar het bij voornaamst om gaat zijn:
- Resolutie: 320 x 240 of hoger
- Gevoeligheid van warmteverschillen (NETD): Minder dan 100mK (0,10°C)
- Focusseerbaarheid: Een verstelbare ring (handmatige focus)
Eén van de meest gekochte camera's voor dit doeleinde is de M31 van Hikmicro. Andere camera's die aan deze minimale specificaties voldoen zijn de M60, de G31, de G41, de G61 de Hammer H3+ en de SP-serie van Hikmicro waaronder de SP120-L25, de SP40-L37 en de SP60-L25. De SP120 is één van de weinig handheld camera's op de markt die een ontzettend nauwkeurige 20mK NETD heeft. Voor scope 10 zijn camera's zoals de B20S, de M20 en de Hammer H2 ook al voldoende. In de NEN 18434 staat dat het vereist wordt dat de inspecteur of thermograaf een minimale kennis moet hebben van warmte-, temperatuur- en de verschillende vormen van warmteoverdracht. Bel gerust met verdere vragen hierover. Wij zijn elke werkdag bereikbaar van 08:30 tot 17:00.
Kalibratie
Voor thermische camera’s bestaan in Europa momenteel nog geen algemeen vastgestelde richtlijnen voor kalibratie. Veel fabrikanten hanteren wel eigen richtlijnen, maar deze zijn nog niet uniform vastgelegd door bijvoorbeeld SCIOS.
Vrijwel elke warmtebeeldcamera kent een toegestane meetafwijking van 2% of 2 °C, afhankelijk van welke waarde groter is. Deze tolerantie geldt zowel voor instapmodellen van enkele honderden euro’s als voor professionele camera’s met een waarde van tienduizenden euro’s. Deze maximale afwijking is inherent aan de meetmethode en blijft altijd aanwezig.
Het kan echter voorkomen dat een warmtebeeldcamera minder nauwkeurig meet dan deze toegestane afwijking van 2% of 2 °C. In dat geval kunt u uw HIKMICRO- of Guide Sensmart-warmtebeeldcamera naar ons opsturen. Wij zorgen er vervolgens voor dat de camera opnieuw en correct wordt gekalibreerd volgens de geldende fabrieksspecificaties.
Theodoliet en Total Station
Let Op dat u altijd een Houten of Carbon statief gebruikt bij een Theodoliet of Totalstation.
Een Aluminium statief heeft een veel hoger uitzettingscoëfficiënt bij schommelende temperaturen bij buiten gebruik dan hout, wat zeer ten nadele kan komen voor de nauwkeurige hoekinstelling waarvoor je eigenlijk een Theodoliet of Totalstation wil gebruiken..
Opstellen van een Theodoliet of Total Station
1) Breng het ( Houten) statief op hoogte.
- Trek het statief, met de poten bij elkaar, tot onder de kin.
- Draai de poten vast.
2) Zet het statief boven het vaste punt.
- Zorg dat de statiefkop globaal horizontaal staat.
- Zorg dat de statiefkop globaal loodrecht boven het vaste punt staat.
3) Plaats het instrument en draai de klemschroef vast.
- Zorg er voor dat de voetplaat van het instrument en de kop van het statief op dezelfde manier op elkaar staan.
4) Instrument boven het punt brengen.
- Kijk door het “optisch lood” en draai met de stelschroeven het instrument precies boven het vaste punt.
5) Instrument globaal horizontaal stellen.
- Zet het instrument globaal horizontaal door de poten in- en uit te schuiven.
- Kijk hierbij naar het doosniveau.
6) Speel het buisniveau in.
- Doe dit in vier stappen van 90º (100 gon)
7) Controleer het optisch lood.
- Kijk of het instrument nog steeds boven het vaste punt staat.
8) Verschuif het instrument naar het vaste punt.
- Draai indien noodzakelijk de klemschroef iets los en verschuif het instrument totdat hij precies boven het vaste punt staat.
- Zorg ervoor dat u het instrument niet verdraait maar alleen verschuift langs denkbeeldige rechte lijnen.
9) Controleer het buisniveau
- Als het buisniveau niet langer inspeelt dient u de stappen 6 t/m 9 te herhalen.
Scherpstellen en richten
- Richt het vizier op een heldere achtergrond zonder voorwerpen (wit papier is ook mogelijk). Zet de scherpstel knop op oneindig.
- Draai het oculair geheel naar rechts en stel de kruisdraden scherp door het oculair langzaam naar links te draaien terwijl u door de kijker kijkt. Wanneer het beeld van de kruisdraden wazig wordt, stopt u met naar links draaien. Draai het oculair iets terug. De kruisdraden zijn nu scherp gesteld (d.w.z. de beeldvorming vind exact plaats op de kruisdraadplaat), waardoor parallax verdwijnt.
- Richt het instrument op een baak met behulp van het richtvizier en centreer de baak in het gezichtsveld met behulp van de instelschroef voor horizontale fijnafstelling. Draai de scherpstelknop om het voorwerp scherp te stellen.
Parallaxvrij waarnemen
U kunt parallaxvrij waarnemen wanneer het beeld van het voorwerp en de kruisdraden t.o.v. elkaar niet bewegen. Controleer dit door het hoofd, al kijkend door het oculair, licht op en neer te bewegen.